"Geen donderdag zonder Bach - Editie II"
Wat Bachs orgelwerken betreft, kan men onderscheid maken tussen de stukken die voor kerkelijk gebruik geschreven werden (de koralen, de koraalvariaties, de koraalvoorspelen) en de concertstukken waartoe de preluden en fuga's behoren). Deze laatste stukken zullen door Bach ook wel voor of na de kerkdienst ten gehore zijn gebracht.
In zijn koraalbewerkingen zette Bach de traditie voort van meesters als Pachelbel, Buxtehude, Böhm en Reinken. De koraalbewerkingen zijn door Dr. Albert Schweizer eens gekarakteriseerd als "het woordenboek van Bachs muzikale taal". De koraalbewerkingen zijn meesterwerken van contrapuntische kunst, doch zij dragen tevens een diepere strekking: de componist heeft voortdurend acht geslagen op de inhoud van de koraaltekst, waardoor een zinvol verband tot stand kwam tussen de religieuze gedachte en de muzikale vorm. In de jaren te Weimar heeft Bach blijkbaar het plan gekoesterd, om van alle in die tijd gezongen kerkliederen een koraalbewerking te vervaardigen. Door de verandering van werkkring is dit systematische plan niet verwezenlijkt.
In het Orgelbüchlein" van 1720 komt men er 45 tegen. Voorts treft men koraalbewerkingen aan in de derde band van het Clavierübung (1739). Speciale aandacht besteed Bach hier aan de liederen die, op de catechismusles gezongen werden. Een hoogtepunt in Bachs orgelbemoeienis met het koraal vormen de Canonische Veränderungen über Vom Himmel hoch da komm ich her, het werk dat hij schreef bij zijn intrede in de muziekwetenschappelijke sociëteit van Mitzler (1747). Dit zijn koraalpartita's waarin allerlei canonische vormen zijn toegepast. Koraalpartita's heeft hij ook geschreven o.m. over Sei gegrüsset, Jesu, gütig en
O Gott, du frommer Gott. De zogenaamde Schüblerchoräle zijn een zestal koralen, genoemd naar de uitgever. Een ander grote verzameling met koralen zijn de Leipzigerchoräle, 18 in totaal en geschreven tijdens zijn Leipzigerperiode.
De vorm preludium en fuga, toccata en fuga, fantasia en fuga en passacaglia en fuga heeft Bach in velerlei werken beoefend. Beroemd zijn geworden o.m. de Toccata en fuga in d, de Fantasia en fuga in g, het Preludium en fuga inEs, de Passacaglia en fuga in c enz. Dit laatste werk geldt als een standaardvoorbeeld van de passacagliavorm.
Een bijzondere plaats in Bachs orgeloeuvre nemen de zes triosonates in, welke geschreven zijn voor twee manualen en pedaal, consequent driestemmig, hetgeen Bach uit spelpedagogische overwegingen gedaan zou hebben, om de onafhankelijkheid van de beide handen en voeten van de organist te oefenen.
In alle orgelwerken van Bach ontdekken we een allerhoogst muzikaal gehalte. Het behoort tot het schoonste van wat hij gecomponeerd heeft.
Dat Bach een inspiratiebron was voor tal van andere orgelcomponisten, daarvan getuigen een reeks werken voor orgel die gebaseerd zijn op zijn naam B.A.C.H.
Uit de romatische periode noemen we met naam: Robert Schumann met zijn Sechs fugen über B.A.CH., Franz Liszt met zijn magistaal Präludium und fuge über B.AC.H., Max Reger met zijn virtuoze Fantaisie und fuge über B.A.C.H, Sigfrid Karg-Elert met zijn imposante Passacaglia und fuge über B.A.C.H.
Ook componisten uit de 20ste eeuw lieten zich niet onbetuigd met het BACH-motief.
de Tsjech Milos Sokola met zijn Toccata on B.A.C.H., de Duitser Hans-Ludwig Schilling met zijn Integration B.A.C.H., Gabriël Verschraegen met zijn Fantasia en fuga op de naam B.A.C.H., opgedragen aan prof. Dr. Jan Briers, Camile Van Hulse met zijn Preludium en Fuga op de naam B.A.C.H.
Epiloog
Hoewel het orgel van de Sint-Baafskathedraal Gent een multiple-choise orgel is dat eigenlijk uit twee orgels bestaat, , laat het oudere gedeelte (het transeptorgel) toe o.m. tal van Bachs orgelcomposities uit te voeren. Ongetwijfeld zullen ook werken die geïnspireerd zijn op het BACH-thema en geschreven door 19de en 20ste eeuwse componisten- tot klinken worden gebracht. Hiervoor zullen dan de beide orgels gebruikt worden.
Daarom is het heel belangrijk dat een internationaal orgelfestival zoals dat in de Sint-Baafskathedraal, de kans geeft om enerzijds een brede waaier van Bachs orgelmuziek en anderzijds meer romantische en modernere werken uit de voorbije twee eeuwen, en daaraan gekoppeld een diversiteit van stijlen, de luisteraar aan te bieden.
|